donderdag 16 april 2009

Cash - I See a Darkness



Biografieën in stripvorm, het is geen eenvoudige combinatie. Denk maar aan de misbaksels die Casterman enkele jaren geleden in zijn Rebel-collectie op de stripminnende mensheid losliet. Toen ik hoorde dat er een biografische strip over Johnny Cash zou verschijnen — een van mijn muzikale helden — hield ik mijn hart vast. Maar de mij onbekende Duitse stripauteur Reinhard Kleist heeft me blij verrast.

Het legendarische optreden van Johnny Cash in de Folsom State Prison vormt de rode draad in I See a Darkness. Een van de gedetineerden, Glen Sherley, is in alle staten wanneer hij hoort dat zijn idool er een concert komt geven. Hij schrijft zelf een liedje, zorgt ervoor dat Cash het in handen krijgt, hopend dat de beroemde countryzanger het goed genoeg zal vinden om het tijdens het optreden te spelen.

Tussendoor vertelt Reinhard Kleist ons het levensverhaal van Cash. Ondanks zijn zware jeugd is Johnny al van kindsbeen af geïnteresseerd in muziek. Hij leert gitaar spelen, vormt een groepje en neemt al snel een plaat op. Het succes volgt haast onmiddellijk. Maar Kleist toont ook de kleine kantjes van Cash. Hij verwaarloost zijn gezin en door zijn amfetamineverslaving verandert hij in een opvliegende en lichtgeraakte man. Gelukkig brengt June Carter hem op het rechte pad.

Uiteraard kan Reinhard Kleist, gezien de aard van de strip, een chronologische vertelling niet vermijden. Maar door het verhaal op te hangen aan het optreden in de gevangenis, en tussendoor ook nog liedjes, zoals A Boy Named Sue, te verstrippen, zorgt hij voor de nodige afwisseling.

Met I See a Darkness — de titel verwijst naar het nummer van Bonnie 'Prince' Billy dat Johnny Cash coverde op American III: Solitary Man, maar is eveneens een allusie op zijn bijnaam, The Man in Black — won Kleist verschillende prijzen waaronder die voor het beste Duitse album op het stripfestival van Erlangen. Terecht, want nog meer dan het verhaal, dat misschien enkel liefhebbers van Johnny Cash volledig kan boeien, zijn het de knappe en dynamische zwart-wittekeningen die van Kleist een artiest maken waarvan ik in de toekomst meer wil lezen. En uitgeverij Silvester heeft goed nieuws, want ze gaat ook The Secrets of Coney Island uitgeven, een verzameling kortverhalen over het schiereiland van New York dat een tijdlang als thuisbasis diende voor veel kunstenaars en stadsnomaden.

Deze bespreking verscheen eerder in De Stripspeciaal-Zaak.

dinsdag 30 december 2008

De beste albums van 2008

2008 was weer een uitstekend muziekjaar. Wie het tegendeel beweert, heeft gewoon naar de verkeerde albums geluisterd. (Sommige) platenwinkels hebben meer te bieden dan de nieuwe cd’s van de ‘grote’ namen. Wie wat dieper graaft, ontdekt een pak parels die de playlists van Studio Brussel niet of nauwelijks halen. Hieronder 50 cd’s die me het meest zijn bevallen in 2008. Van de volgorde hoef je je niet al te veel aan te trekken. Ze zijn alle vijftig meer dan het beluisteren waard. Live-cd’s en compilaties heb ik zoals steeds niet in mijn lijst opgenomen.

Het was de bedoeling om bij elk album enkele regeltjes commentaar toe te voegen, maar daar was ik uiteindelijk te lui voor. Waar mogelijk heb ik (tussen haakjes) wel een link naar een clip of geluidsfragment op YouTube geplaatst.

50. Fuck Buttons - Street Horrrsing (*)
49. Kemialliset Ystävät - Harmaa Laguuni
48. Thurston Moore – Sensitive/Lethal
47. Conor Oberst - Conor Oberst (*)
46. The Mountain Goats - Heretic Pride (*)
45. Hush Arbors - Hush Arbors (*)
44. Timesbold - Ill Seen Ill Sung
43. Cat Power – Jukebox
42. Einstürzende Neubauten - The Jewels
41. Mercury Rev - Snowflake Midnight (*)
40. Expo '70 - Black Ohms
39. Get Well Soon - Rest Now, Weary Head! You Will Get Well Soon (*)
38. Nico Muhly - Mothertongue
37. Josephine Foster - This Coming Gladness
36. Fennesz - Black Sea (*)
35. Willard Grant Conspiracy - Pilgrim Road
34. Kiss the Anus of a Black Cat - The Nebulous Dreams
33. Grails - Doomsdayer’s Holiday (*)
32. Sparks - Exotic Creatures of the Deep (*)
31. Birchville Cat Motel - Gunpowder Temple of Heaven
30. Earth - The Bees Made Honey In The Lion’s Skull (*)
29. Acid Mothers Temple & The Melting Paraiso U.F.O. - Recurring Dream & Apocalypse of Darkness
28. De Legende - Bijt! Bijt! Bijt!
27. Raccoo-oo-oon - Raccoo-oo-oon
26. Kazuki Tomokawa - Blue Water, Red Water
25. Peter Broderick – Float (*)
24. Micah P. Hinson - Micah P. Hinson and the Red Empire Orchestra
23. Glissando - With Our Arms Wide Open We March Towards The Burning Sea (*)
22. Jacaszek – Treny (*)
21. Balmorhea - River Arms (*)
20. Death Vessel - Nothing is Precious Enough For Us
19. Bonnie 'Prince' Billy - Lie Down the Light (*)
18. Woven Hand – Ten Stones (*)
17. The Fall - Imperial Wax Solvent (*)
16. Christina Carter - Original Darkness (*)
15. Bar Kokhba Sextet - Lucifer: The Book Of Angels, Vol. 10
14. Windy & Carl - Songs for the Broken Hearted (*)
13. Deerhoof - Offend Maggie (*)
12. Paavoharju - Laulu Laakson Kukista (*)
11. Spires That in the Sunset Rise - Curse the Traced Bird (*)
10. Matt Elliott - Howling Songs (*)
09. John Zorn – The Crucible
08. Castanets – City of Refuge (*)
07. Grouper - Dragging a Dead Deer Up A Hill (*)
06. Lau Nau - Nukkuu
05. Fursaxa - Kobold Moon
04. Isengrind/TwinSisterMoon/Natural Snow Buildings - The Snowbringer Cult
03. Natural Snow Buildings - Laurie Bird
02. Jóhann Jóhannsson – Forlândia (*)
01. Secret Chiefs 3 - Xaphan: Book Of Angels, Vol. 9 (*)

vrijdag 19 december 2008

De tegenvallers van 2008

Volgende week ergens is het tijd voor het overzicht van mijn favoriete cd's van 2008. Maar er waren, zoals elk jaar, ook een aantal tegenvallers. Misschien op zich geen echt slechte platen, alleen had ik er veel meer van verwacht afgaande op eerdere releases van volgende artiesten en groepen.

Nick Cave and The Bad Seeds - Dig, Lazarus, Dig!!!

Nu verwacht ik al jaren niet erg veel meer van een nieuwe plaat van Nick Cave, maar vorig jaar werden we toch wakkergeschud met het fijne Grinderman. Eindelijk terug wat vuur in de composities van Nick Cave, dus ik hoopte dat hij de lijn ging doortrekken op zijn nieuwe cd met The Bad Seeds. Helaas, het werd opnieuw een wat inspiratieloos album, geschreven op automatische piloot.


Kayo Dot - Blue Lambency Downward

De vorige 2 platen van Kayo Dot + de solo-cd van Toby Driver waren briljant. Blue Lambency Downward daarentegen is veel te braaf en doet me niets.


Mogwai - The Hawk is Howling

Mr. Beast was al hun minste cd tot dan toe, The Hawk is Howling bewijst dat Mogwai aan een bezinningsperiode toe is. Allemaal op zich geen slechte nummers, maar we hebben het allemaal al eens gehoord. En we willen ook nog eens een Mogwai horen die onze luidsprekers uit elkaar doet spatten.


My Morning Jacket - Evil Urges

Niet alleen een tegenvaller, gewoon een afgrijselijke slechte plaat. Om snel te vergeten.


Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra & Tra-La-La Band - 13 Blues for Thirteen Moons

Ik heb geen flauw idee of Godspeed You! Black Emperor officieel nog bestaat. Het collectief maakt alvast al jaren geen platen meer. Gelukkig was er nog A Silver Mt. Zion. Maar jammer genoeg valt hun laatste worp tegen. Eigenlijk kan enkel 1,000,000 Died to Make This Sound me echt bekoren. Er wordt veel meer gezongen dan op hun vorige cd's, maar door het beperkte zangtalent van Efrim Menuck is 13 Blues for Thirteen Moons niet een plaat om vaak op te zetten.


Wire - Object 47

Wire gaf een subliem optreden in Leuven dit jaar, waarbij vele nummers uit hun toen nog te verschijnen nieuwe album de revue passeerden. Toen klonken die goed, op cd blijft enkel het openingsnummer overeind. Jammer.

vrijdag 12 december 2008

De beste concerten van 2008

Lijstjestijd! Binnenkort publiceer ik hier de top-zoveel van mijn favoriete albums van dit jaar. In afwachting krijg je nu een overzicht van de beste concerten die ik in 2008 meemaakte. Een heel kort lijstje, want ik ben blijkbaar maar naar vier concerten geweest dit jaar. Reden hiervoor is het niet zo interessante aanbod (toch niet in de zalen waar ik, als autoloze, gemakkelijk geraak - en vooral terug thuisgeraak - met het openbare vervoer), asocialiteit (ik hou niet van mensenmassa's) en het feit dat ik al te veel geld had uitgegeven aan cd's. Voor een aantal concerten had ik al kaarten gekocht, maar ben ik uiteindelijk toch niet gegaan wegens op het laatste moment geen goesting of lichamelijke klachten. Bon, hier dan mijn top-4:

1. Wire (Stuk, Leuven)
2. Einstürzende Neubauten (AB, Brussel)
3. The Residents (Het Depot, Leuven)
4. Tindersticks (Koninklijk Circus, Brussel)

Beste voorprogramma (maar ook het enige dat ik zag): Silvester Anfang (vond ik zelfs beter dan Wire).

Opvallend: vier concerten in vier verschillende zalen. Ondanks hun zwakke laatste cd, vond ik het optreden van Wire duidelijk het beste. De drie andere waren zeker niet slecht, maar miste net dat tikje extra om onvergetelijk te zijn. Hoewel, dat concert van The Residents zal me wel nog lang bijblijven, al was het van wisselend niveau.

Hopelijk kan ik volgend jaar uitpakken met een iets langer lijstje.

maandag 8 december 2008

The Residents (Het Depot, Leuven)

't Was lang geleden dat ik nog eens naar een concert geweest was. In de door mij gemakkelijk bereikbare steden (Brussel en Leuven) viel het aanbod wat tegen de laatste tijd. En als er dan eindelijk nog eens iets interessants op het programma stond dit najaar (zoals Mercury Rev vorige week), werd ik geveld door ondraaglijke rugpijn en moest ik noodgedwongen thuisblijven. Maar vorige vrijdag ben ik dan toch nog eens in een concertzaal geraakt. The Residents traden op in een uitverkochte Het Depot in Leuven. Mijn rugschmerzen waren gelukkig over en zelfs indien dit niet het geval was, geen nood, want Het Depot beschikt over comfortabele zetels.

The Residents is een experimentele groep die al ettelijke decennia meegaat. En al die tijd zijn de groepsleden erin geslaagd hun identiteit verborgen te houden, zowel een gimmick als een statement. Ook vrijdag trad de groep gemaskerd op. Of toch bijna. Terwijl de drie muzikanten hun gezicht verborgen achter een masker met konijnenoren (de beroemde oogballen lieten ze thuis), toonde de zanger-verteller zijn bebaarde tronie wel. Volgens geruchten zou het om Homer Flynn gaan en dat zou een van de oprichters van The Residents zijn. Met de nadruk op het woord 'zou'. Alles blijft dus in mysteriën gehuld.

De ongekroonde koningen van de conceptplaat zakten naar Leuven af in het kader van hun Bunny Boy-tour, zo genoemd naar hun laatste cd. Het werd een multimediaal muziektheater, in een erg knap decor en met een prima lichtshow. Geen puur muziekconcert dus. De klemtoon lag op de monoloog, afgewisseld met videofragmenten en nummers uit het recentste album, waarin The Bunny Boy met veel humor het verhaal deed over zijn vermiste broer Harvey. Ooit was Harvey, in tegenstelling tot zijn broer, de konijnenfreak, erg succesvol. The Golden Boy noemden ze hem. Maar na enkele tegenslagen begint hij te geloven dat het einde van de wereld nabij is. En nu is hij dus verdwenen. Het laatst werd hij gezien in het Griekse Patmos. Via het e-mailadres wearedoomed666@gmail.com krijgt The Bunny Boy talloze al dan niet nuttige tips binnen. Hoe het allemaal afloopt kan je bekijken via YouTube, waar je de videofragmenten die tijdens het concert vertoond werden, terug kan vinden.

Wie denkt dat The Residents een groep voor intellectuelen is (en het publiek zag er – mezelf uitgezonderd – zo ook wel uit), zal raar opgekeken hebben mocht hij/zij na de pauze de zaal zijn binnengestapt. Wat hij/zij zou zien was een oude, schreeuwlelijke man met een lange baard, gekleed in een konijnenpak die, alsof hij net een pak Duracelbatterijen had ingeslikt, driftig van de ene naar de andere kant van het podium huppelde.

Een fragment uit een ander concert van de Bunny Boy-tour:


Het minste wat je kan zeggen is dat het een speciaal optreden was. De manier waarop The Residents in een soort lift het podium opkwamen met hun lichtgevende ogen, was indrukwekkend. Maar daarna was het toch even wennen aan de zanger-verteller die vol overgave, maar ook wel met veel overacting, zijn relaas deed. Vooral tijdens het eerste deel van het optreden zaten er te veel saaie en enerverende momenten. Ook al omdat de konijnenjongen nogal eens in herhaling viel. Gelukkig werd het na de pauze beter. Niet alleen werd het verhaal spannender (waar is er toch met die Harvey gebeurd?), ook muzikaal ging het crescendo. Ik was wel onder de indruk van de krachtige stem van de zanger-verteller.

Al is The Bunny Boy verre van de beste cd van The Residents, toch had ik liever gehad dat er iets meer muziek werd gespeeld en minder gepraat. De nummers klonken live bovendien een pak beter dan op plaat. Maar enkele vervelende momenten niet te na gesproken, was het best een amusante avond. Het gerucht gaat dat The Bunny Boy de allerlaatste cd van The Residents zou zijn. Laat ons hopen dat dit maar een kwakkel is.